Vanaf dinsdag 27 augustus 2013 voert Rijkswaterstaat opnieuw
werkzaamheden uit in de Westerschelde bij het scheepswrak Ariana.
Uit metingen van de opdrachtnemer is gebleken dat de bodem hier
nog niet overal de benodigde diepte heeft voor de scheepvaart.
Vanaf een schip verwijdert een kraan met grijper in één tot twee
weken de laatste delen van het wrak die nog te hoog zijn.
Het wrak Ariana is één van de vier wrakken die Rijkswaterstaat
tussen 2013 en 2016 geheel of gedeeltelijk verwijdert.
Hierdoor verbetert de bereikbaarheid van de Nederlandse zeehavens
en de veiligheid op de vaarweg. Door de scheepswrakken zijn de
vaargeulen waarin ze liggen niet diep genoeg. De versmalling die
dit tot gevolg heeft, hindert de scheepvaart. De wrakken worden
tot één meter dieper verwijderd dan strikt noodzakelijk.
Dit vergroot de veiligheid voor schepen en maakt de vaargeul
al geschikt voor diepere schepen in de toekomst.