het zeegaande jacht Seawolf verwacht.
Dat schip is geen gewoon jacht, maar de voormalige zeesleper Clyde
van Smit Internationale, verbouwd tot een onvergelijkelijk fraai
privé-jacht. Nog meer bijzonder is dat het vaartuig een zusterschip
is van de Elbe, de gerestaureerde museale zeesleper die een vaste
plaats heeft in de Maassluise haven.
De Clyde en de Elbe zijn resp. in 1957 en 1959 gebouwd.
Op enkele kleinigheden na waren de slepers identiek. Beide schepen
hebben een kleurrijk verleden als zeesleper met talloze sleepreizen
en manhaftige bergingen op hun naam. Ze waren met hun 4500 pk vermogen
tot de komst van de Zwarte Zee (IV) in 1963 gedurende een paar jaar
zelfs de sterkste zeeslepers ter wereld.
@ Nat. Sleepvaart Museum
Nadat ze in technisch opzicht waren achterhaald werden de beide
schepen eind jaren zeventig aan verschillende partijen verkocht.
De voormalige Clyde, die nog even als bergingssleepboot Smit Salvor
had gevaren, ging naar Griekenland en werd daar Matsas Salvor.
Tot 1990 heeft het schip met een opvallende geheel witte romp ook
daar in de omgeving bergingen verricht.
Een Duitse zeeman kwam onder de indruk van haar fraaie lijnen en
kocht haar op zijn beurt van de Grieken. Gedurende acht jaar heeft
de sleper als Seawolfe met een heel kleine bemanning in het
Caraïbische gebied kleinere bergingsklussen opgeknapt.
Een Nederlandse werfeigenaar gevestigd op Mallorca zag er brood in
om het schip te verbouwen tot jacht. Van 1998 tot 2003 is dat plan
uitgevoerd. Alles, behalve de motoren, werd uit het binnenste van de
sleepboot verwijderd, de dekken werden groter gemaakt en van nieuw
teakhout voorzien, de schoorsteen werd verlengd, fraaie verblijven
werden ingetimmerd en de laatste technische snufjes werden ingebouwd.
Als curiositeit mocht het stuurrad in de stuurhut blijven staan,
maar het schip kan ook met eenvoudige handels gestuurd worden.
Onder de namen Seawolfe C en Dolce Far Niente heeft het een paar jaar
voor verschillende eigenaren gevaren tot ze in 2008 werd aangekocht
door de huidige eigenaar, een Canadees, de gecharmeerd was door de
klassieke lijnen van het schip. Het vaartuig, met een donkerblauwe
romp zo strak dat het spiegelt, werd opnieuw herdoopt, nu in Seawolf.
In 2006 al DOLCE FAR NIENTE
eigenaar Orchard Technologies onder de vlag: Marshall Islands
© Johan Trommel aan boord mv 'Sunergon'
Zusterschip Elbe ging een heel andere weg. Ze werd loodsboot in de V.S.
en vervolgens actieschip van Greenpeace tot ze in 2002 aan het
Havenmuseum werd gedoneerd. Een paar jaar later kwam ze in handen
van de beheersstichting SMCR.
Welgemoed zetten vrijwilligers een enorm restauratieproces voort
dat, ondanks hindernissen, thans zo goed als afgerond is.
Beide schepen hebben elkaar in hun bestaan slechts drie keer ontmoet.
Dat gebeurde één keer in de haven van Maassluis, vervolgens bij het
verslepen van de uitgebrande tanker Aquarius en in de jaren negentig
min of meer bij toeval in het Caraïbische gebied. Dat een dergelijke
ontmoeting nu weer staat te gebeuren mag dus zeer uitzonderlijk worden
genoemd. De eigenaar van de Seawolf heeft naast voorliefde voor oude
vliegtuigen ook gevoel voor scheepshistorie.
Vandaar dat hij de kapitein toestemming heeft gegeven om na een
bezoek aan St. Petersburg via Maassluis terug te varen naar
de Middellandse Zee. Het schip blijft waarschijnlijk
een paar dagen in de Sleepboothaven Maassluis.
Het gezelschap aan boord zal het Nationaal Sleepvaart Museum bezoeken.
Als het even meezit zal de Elbe haar vrijdag tegemoet varen.
[Namens de Stichting Nationaal Sleepvaart Museum
de Stichting Maritieme Collectie Rijnmond (eigenaar van de Elbe)
de Stichting Sleepboothaven Maassluis.]
23 mei 2007 te Curaçao de DOLCE FAR NIENTE
© Kees Bustraan